04-02-05

Spock's Beard: Octane

Het achtste album van Spock's Beard is uit, met een naam die een toespeling is op dat getal: "Octane". Het is meteen ook het tweede album zonder voormalig meesterbrein Neal Morse, die intussen ook al aan zijn tweede solo-album toe is. Hier zijn mijn indrukken na enkele dagen beluisteren.

Het is zonder meer duidelijk dat SB zonder Morse (Neal natuurlijk, broer Alan is er nog steeds bij) niet meer dezelfde muziek maakt. Wat Neal solo doet, komt daar veel dichter bij in de buurt. Maar SB bestaat nog altijd uit klasse-muzikanten, en ze maken verdomd goede muziek. En of die muziek nog in mijn geliefde prog valt? Zeker weten! Minder in de "wow"-categorie dan vroeger, maar het is boeiende muziek, en ze spreekt me ook emotioneel sterk aan (wat ik bv. van het recente album van Arena niet meteen kon zeggen). Deze muziek kan soms eens stevig rocken, wat niet te versmaden is, soms gaat het er zelfs behoorlijk stevig aan toe. Ze kunnen ook zeer gevoelig uit de hoek komen. Op de voorganger "Feel Euphoria" stonden ook al enkele zulke mooie, bijna mainstream nummers.

Wat net zoals op de vorige plaat opvalt, is dat drummer Nick D'Virgilio een zeer goede zanger is, zowel in de gevoelige als in de hardere nummers. En de produktie mag er ook wezen: de plaat klinkt geweldig.

Invloeden zijn er naturlijk ook. Het begin van "The Planet's Hum" zweemt naar Gentle Giant (een invloed die op hun oudere platen vaak te bespeuren was). In "Watching the Tide" moest ik op een bepaald ogenblik aan Kansas denken.

Laatste belangrijke vraag: doet SB ditmaal een epic of niet? De eerste 7 nummers vormen samen "A Flash Before My Eyes", door velen de epic van de plaat genoemd. Ik vind dat dit niet echt klopt, het is eerder een soort suite, een concept dat in vinyl-tijden kant 1 van de LP zou uitgemaakt hebben. Denk qua opvatting eerder aan "Misplaced Childhood" of "Clutching at Straws" van Marillion, dat zou ik ook geen epics noemen. Hoe dan ook, "A Flash Before My Eyes" is knappe muziek, naarmate ik er meer naar luister groeit mijn bewondering. Bassist Dave Meros is (samen met gastcomponist John Boegehold) verantwoordelijk voor het grootste deel van deze muziek, en hij laat horen dat hij er ook wat van kan. En de aanvang en het einde zijn werkelijk onbeschaamd symfonisch in de goede traditie.

Samengevat, na een ontgoochelende Arena, mijn eerste echt goede plaat van 2005. Ik weet niet wat er ons dit jaar nog te wachten staat, maar dit wordt al een goede kandidaat voor mijn top 10!

Besprekingen vind je ook op Prog-Nose en DPRP.

21:40 Gepost door Squonk | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.